14 juli 2008

Met Alpen in de rugzak

Samen met Joachim, Fred en Maarten ging ik op zesdaagse trektocht door de Alpen. We liepen er een deel van de Tour du Mont Blanc, kortweg de TMB.


We vertrokken gepakt en gezakt in Courmayeur (Italië) waarvoor we eerst de Mont Blanc tunnel moesten ondergaan. Het begon nat, die eerste dag, zodat de regenhoezen al onmiddellijk hun dienst konden bewijzen. Het bleef de hele dag maar wateren en het werd zelfs nog erger naarmate de dag vorderde. Gelukkig bleef het laatste en gevaarlijkste gedeelte van de dagtrip relatief droog zodat we refuge Elena (+2000m) veilig en wel bereikten nadat we enkele ijsmassa's en een rivier met verdwenen brug met de nodige voorzichtigheid getemd hadden.

Dag twee begon zonnig en bleef zonnig, wat heerlijk. We startten de trip met een klim tot boven de 2000 meter waar zich de grens met Zwitserland bevond. Na die te hebben overgestoken begonnen we aan een afdaling die lange tijd zou duren. We passeerden er typische koeien met bellen, kletterende bergriviertjes en idylische dorpjes waarvan ik me de naam moeilijk kan herinneren. Na een verfrissende spetterpartij in smeltwater kwamen we op Camping des Glaciers (La Fouly) terecht waar we de nacht zouden doorbrengen.

De derde dag startte alweer met een zonnetje. We gingen weer op pad, deze keer was het doel Champex, waar de camping op ons wachtte. We doorkruisten het prachtige landschap en verorberden ons middagmaal in een van de meest pittoreske dorpjes van de reis. Het dorpje leek wel weggeflitst te zijn uit de middeleeuwen. Na een hevige klim bereikten we Champex waar het rustige meer "Champex-Lac" te bewonderen was. Jammer genoeg waren de weergoden niet trots op onze prestatie en boden die ons een onaangename verfrissing aan terwijl we ons avondmaal wilden bereiden.

Dag vier. Bah, niet echt een topdag aangezien het ongeveer de hele dag regende. Met wat vertraging vatten we onze toch opnieuw aan. Deze trek moest ons naar de refuge in Forclaz brengen dat zich op een hoogte van 1500 meter bevond. Dat werd dus weer dalen en stijgen. Halverwege de dag werden we op Col de Bovine op een hoogte van rond de 2000 meter overvallen door een halve storm. De regen gutste met bakken uit de lucht en de wind blies van haar beste kant. Gelukkig konden we een herberg bereiken waar we kletsnat binnenstapten en ons het mopje 'we zijn volzet' werd toegeslingerd. Na een poosje drogen en een heerlijk soepje te hebben gedronken konden we onze tocht in het zonnetje verderzetten, hoewel de schoenen toch meer "Champex-Lac" aanvoelden... Uiteindelijk bereikten we ons doel van de dag waar we kip met frieten voorgeschoteld kregen. Jawel, dat hadden we meer dan verdiend!

Dag 5 beloofde ook niet veel goeds. We vertrokken in regenkleding en het fut begon al wat uit mijn benen te lopen bij de eerste klim. Goed, het was de enige, maar het was dan ook wel een hele stevige! We moesten immers over de Col de Balme waar de grens met Frankrijk lag. Het onvoorspelbare weer bezorgde ons een hoofd in de mist en dan opnieuw weer een hoofd in de zon. Bovenop de top (ongeveer 2200 meter) mochten we weer genieten van een veel te duur soepje om de afdaling te beklinken. Uiteindelijk kwamen we in de namiddag in Argentière aan waar we onze intrek namen in Gite Belvedère. We gingen op zoek naar de nodige souvenirs (ja, de voorlaatste dag hé), aten een lekkere pizza en speelden een potje Risk tot in de late uren.

De laatste wandeldag was opnieuw zonnig en ik had het idee dat het een rustige laatste dag zou worden. Helaas, mijn reisgenoten hadden nog een dessertje in de aanbieding. We klommen nog urenlang doelloos op een berg rond, maar goed, het zicht was wel de moeite. Met pijn in de voeten kwamen we terug in Chamonix waar we onze wagen terugvonden. We besloten onszelf nog even te verwennen met een blik in Chamonix en met een goudgeel biertje om ons daarna naar het hotel in Les Houches te begeven voor de laatste nacht.

Helaas, na 7 dagen op pad geweest te zijn hadden we de top van de Mont Blanc/Monte Bianco nog steeds niet gezien. Gelukkig werd het ultieme zicht de allerlaatste dag werkelijkheid, de wolken trokken 's nachts weg en konden we de hoogste top van Europa in volle glorie bewonderen.

De foto's kan je hier vinden.

1 juli 2008

Triatlon: tussen haat en liefde

29 juni was een datum die met rood omcirkeld stond in mijn agenda. Ik keek namelijk al maanden uit naar mijn deelname aan de triatlon van het Meetjesland, een 1/4 non-drafting triatlon.
De nacht ervoor had ik niet zo best geslapen aangezien de zenuwen mij uit m'n slaap hielden. De box voor de wisselzone was al lang op voorhand in orde gestoken zodat ik me daar al geen zorgen meer moest over maken. De fiets was onder handen genomen en de conditie was stelselmatig de hoogte ingejaagd, klaar om er aan te beginnen dus.
Na het gebruikelijke over en weer gehol van inschrijving naar materiaal en wisselzone konden we van start gaan met het zwemmen.
De eerste proef was dus de kilometer zwemmen in de plaatselijke jachthaven. De eerste wave startte tien minuten voor ons, waarna de tweede wave, waar ik me in bevond, van start kon gaan.
Het zwemmen viel reuze mee. Na het inhalen van een groep bedacht ik me dat mijn zwemcapaciteiten toch niet zo slecht zijn... Uiteindelijk kwam ik na 19 minuten en een handvol seconden het water uit en hobbelde ik naar de wisselzone om de fietsproef te beginnen.
Buiten de wisselzone sprong ik de fiets op en zoefde ik over het parcours. Eindelijk kon ik optimaal gebruik maken van mijn opzetstuur waarnaar ik maanden had gezocht. Helaa, het plezier was van korte duur. Na ongeveer duizend meter passeerde ik een chicane, maar jammer genoeg was de tweede bocht ervan net te kort om met snelheid de baas te kunnen. Ik trok mijn remmen dicht, maar het mocht niet baten. Ik schoof met een knal tegen de nadar waar ik met mijn hoofd en arm/pols tegen floepte en op de grond viel. Even dacht ik dat ik m'n boeltje mocht pakken en lichamelijk en materieel gehavend terug naar huis mocht trekken.
Gelukkig viel de materiele schade goed mee, de remmen wat recht zetten en de ketting terug op de tandwielen en ik kon weer vertrekken. Ook de lichamelijke schade was beperkt. Mijn voortanden voelden wat vreemd aan en de pols trok tegen, maar het viel best mee. (Achteraf bleek de pols zwaar gekneusd, dat veronderstel ik toch, want op het moment van schrijven doet die wel wat pijn, maar zo'n erg is het niet denken we).
Ik kon dus weer vertrekken en een uur en veertig minuten kwam ik opnieuw in de wisselzone om de loopschoenen aan te trekken. Ik was al enorm vermoeid en voelde dat het lopen niet zo best meer ging lukken, maar goed, ik kon mijn supporters toch moeilijk teleurstellen door op te geven. Het werd een helse looptocht met veel wind en lange rechte stukken waarbij de zon hevig brandde.
Na 3 looprondes en alweer een uur later kwam ik over de finisch gelopen waarna ik me liet begaan in het water en fruit dat er werd uitgedeeld. 2 uur en 40 minuten afzien, dat was het. Evenveel haat en liefde op diezelfde tijd. Het is toch iets vreemd, zo lang afzien en het toch nog steeds opnieuw doen. Nu ja, de pols zal wel uitwijzen of we het opnieuw doen, maar het kopke zegt alvast van wel.