24 juni 2007

Fietsreis in 't kort.

Zoals jullie al kunnen lezen hebben ben ik samen met Joachim op fietsreis geweest door de Ardennen. We zouden drie dagen rijden om uiteindelijk in Bohan uit te komen.

De eerste dag reden we naar Mons. Ik kwam bij Joachim aan rond half 10 waar we dan samen de tocht zouden aanvatten. Na zijn zakken nog wat lichter te hebben gemaakt vertrokken we rond half 11 zuidwaarts. In de voormiddag leek niet al te zonnig, maar in de namiddag kwam de zon ons toch vergezellen zodat we ’s avonds een mooi rood kleurtje kregen… We passeerden dorpjes met vreemde namen, waaronder Erwetegem. We beklommen de Muur van Geraardsbergen waar we dan ook onze boterhammetjes naar binnen speelden. Na vele dropjes, boerenerven, kasseiwegen en stof kwamen we zonder noemenswaardige problemen in Mons op de camping aan. We trokken even de stad in om inkopen te doen waarna we een heerlijke en welverdiende douche namen. Daarna begonnen we met het koken, spaghetti bolognese, altijd lekker. We hadden net afgeruimd toen de regen ten tonele verscheen. We vluchtten dus naar het afwaskot waar enkel onze handen nat konden worden. Aangezien het bleef regenen besloten we naar het centrum van Mons te trekken om daar iets achterover te slaan. Later belanden we dan terug in onze tent waar we nog even rustig in ons boek lazen.

De volgende ochtend werden we wakker in een mooi zonnetje. Het kraaien van de haan verplichtte ons de dag een goedemorgen te wensen. Na een ontbijt en het opbreken van ons kampement trokken we steeds zuidelijker, niet nadat we een set snelbinders hadden aangeschaft bij de plaatselijke fietsboer om Joachim z’n sporttas op z’n plaats te houden. Het eerste deel van de etappe reden we lang een grote weg waar we een klein verhard landweggetje insloegen. Vanaf daar werd het landschap rustiger en mooier. De glooiingen werden alsmaar hoger en lastiger. We stopten af en toe om een mooi kiekje te nemen van het golvende landschap. Plots hoorde ik een onheilspellend geluid, komende van m’n wiel. Jawel, mijn binnenband had het begeven. Niet veel later reed ik het gras in, zwierde de bagage in het gras en plaatste m’n fiets op z’n kop. Een poosje later was de band weer opgeblazen en konden we verder, maar met m’n minimopje is het niet zo makkelijk de band keihard op te blazen. Niets aan te doen, we moesten verder. Na heel wat op en neer gereden te hebben, schuilen voor een regenbui, het vinden van eten en een kort bezoek in Beaumont kwamen we na een zeventig tal kilometer aan in Vogenée waar we overnachtten. Opnieuw genoten we van de douche en het avondmaal dat deze keer bestond uit een voorgerecht van vis met ui en het hoofdgerecht waren gehaktballen in tomatensaus met rijst. Makkelijk te bereiden dus. Na een korte wandeling en een glaasje wijn kropen we onder de wol om de volgende dag met frisse benen aan te vatten.

De derde dag was meteen onze laatste fietsdag. Het was een lastige dag aangezien we voornamelijk klommen. We reden opnieuw voortdurend op en neer door het landschap. Toen Joachim ‘een parkje’ zag moesten we nog een venijnig klimmetje op. Het bleek uiteindelijk geen parkje te zijn, maar we rustten daar toch een poosje uit. In het afdalen hoorde ik een knal, een spaak gesprongen. Die had ik natuurlijk niet in reserve mee, dus reed ik maar de rest van de kilometers met een wiebelende velg. De weg was nog ver, maar we rustten even uit op een terrasje waar we zelfs een klein applaus kregen toen we passeerden. Enkele kilometers verder verslonden we ons middagmaal op een mooi, maar niet zo welriekend uitzichtpunt. We reden dan verder naar de Maas waarna we een lange klim moesten overleven. We klommen gedurende zes kilometer langs een tamelijk brede baan. De klim leek na elke bocht over te gaan naar een afdaling, maar eens je voorbij de bomen keek werd je telkens weer ontgoocheld. Uiteindelijk werden we beloond door een afdaling, maar die duurt altijd veel minder lang dan de klim… We bevonden ons al een poosje in Frankrijk, maar verlieten het als snel. We reden nog even fout zodat we het zevende hoogste punt van België op mochten rijden en weer in sneltreinvaart konden afdalen. Niet zo veel later, na een heel lange afdaling, reden we Bohan binnen, ons eindpunt. We zetten nog ons tentje op naast de Semois waar we zelfs ons eigen sanitaire blok kregen. We dronken nog wat op een terrasje dat open gehouden werd door twee Limburgers. Ons Frans hoefde dus niet zo best te zijn.

Dag vier was een uitslaapdag. We stonden pas laat op want dat bleek nodig te zijn na 3 dagen fietsen. Toen ik me wou gaan douchen bleek het water afgesloten te zijn in ons washok. Ik besloot het andere hok uit te proberen de loodgieter aantrof die me vertelde dat er die dag geen water zou zijn. Jammer, dus geen lekkere douche. Ik besloot dan maar een duik te nemen in de Semois. Joachim met de camera in de aanslag en ik het water in. Het was pokkekoud en als een bang waterkieken waste ik met maar heel snel en klom er niet al te nat weer uit… In de namiddag maakten we een korte wandeling naar de ‘Tables des Fées’ waarna we opnieuw een terrasje deden. Terug op de camping gekomen namen we een duik in de Semois waar we een tijdje vertoefden, heerlijk. We lazen nog wat in ons boek voordat we uit gingen eten. Joachim trakteerde op een lekkere maaltijd, waarna we terug tentwaarts keerden om te gaan knorren.

De laatste dag keerden we terug met de trein. Na een twintigtal kilometer te hebben gefietst kwamen we in Gedine aan waar we de trein zouden nemen. De trein die we nodig hadden was net vertrokken en de volgende zou pas anderhalf uur later het station binnenrijden. We hadden dus tijd genoeg om onze boterhammen op te eten. Om half 2 namen we dan de trein die ons veilig en wel vier en een half uur later in Gent afzette.

Foto's kan je vinden op m'n Flicker.com.

Geen opmerkingen: